Elsbeth Ciesluk / Tekst

…om de viool te beschermen bond ik een blauwe paraplu aan R vast, drie keer rond met tape. Van boven waren we twee rondjes; een blauwe van de paraplu en een witte van de tutu. De viool speelde een Hongaarse dans en ik danste op spitzen midden op straat alleen voor haar, want haar hart was gebroken en haar verjaardag net voorbij..

Mijn werk is persoonlijk en direct. Het heeft een intiem karakter. Het gaat over verlangen, verlangen om heel dichtbij te zijn en eenzaamheid. Een voortdurende strijd. Een obsessie voor obsessies, herhalingen en uitputting. Mijn werk vindt zijn oorsprong in performance of heeft een performatief uitgangspunt. Deze functioneren voor mij als een ritueel waarin ik mezelf volledig kan geven. De performances hebben soms een openbaar, soms een meer privaat karakter en blijven soms voor de buitenwereld onzichtbaar. Maar altijd blijft er een registratie over die kan leiden tot een werk: bewegingen die zijn vastgelegd in een vloer van klei, een tekening, een gigantisch schilderij of een tekst. Als je van te voren weet dat het eigenlijk niet kan lukken er toch voor blijven gaan. Eindeloos doorgaan, omdat stilstaan nog vermoeiender is. Eindeloos doorgaan als een meditatie, als monnikenwerk. In mijn werk ben ik een eenmansfabriek waarin de grens tussen dagelijks leven en kunst tot het uiterste wordt gereduceerd, waarbij die grens voortdurend wordt getest en onder spanning gezet. Zelfs als ik tienduizend keer dezelfde envelop met dezelfde acht brieven vouw en stempel, wil ik dat de ontvanger het gevoel heeft dat het speciaal voor hem/haar gemaakt is. In mijn werk is er een voortdurende beweging tussen wat zich (on)zichtbaar heeft afgespeeld en wat er overblijft als registratie of als werk. Het is een toestand als in het oog van de storm waarin je hoofd en lichaam een gigantische vrijheid hebben om alles te verzinnen wat je zou kunnen doen en maken. Grenzeloos.
Dat wat niet kan, laten gebeuren.